Vachtverzorging

De Australian Labrabradoodle verliest geen haren en heeft geen ruiperiode. Hierdoor heb je weinig tot geen last van ronddwarrelende of losse haren in huis. Daarnaast heeft de vacht ook niet de typische hondengeur.

Borstelen

We raden aan om één keer per week te borstelen. De vacht van een Australian Labradoodle verhaart niet, maar verliest wel degelijk haren. Deze losse haren moeten wel uit de vacht geborsteld worden, anders gaat de vacht klitten en vervilten. Klitten en vilt geven risico op jeuk, hotspots en huidproblemen. Daarom zijn goede borstels, een waterblazer, regelmatig trimmen en iedere week een borstelbeurt erg belangrijk.

Wassen

De vacht van een Australian Labradoodle heeft een zelfreinigend vermogen. Daarom is het ook niet verstandig om te vaak te wassen. Maar als de hond in een vieze sloot is gesprongen kan een wasbeurtje wel fijn zijn, gebruik dan een speciale hondenshampoo en conditioner. Vaak is het al voldoende om de vacht af en toe even af te spoelen of door te blazen met de waterblazer om het stof uit de vacht te krijgen.

Trimmen

Het haar in het gezicht groeit heel snel en dan is het voor je hondje wel fijn om de ogen vrij te houden. Ook de baard en de snor moet je goed bijhouden en redelijk kort knippen. Van de randjes van de oren kun je ook de puntjes knippen, zodat deze niet te lang worden. Let erop dat de kop mooi rond blijft. Wij laten zelf onze honden één keer in de acht weken trimmen, omdat wij het mooier vinden als ze wat langer in het haar zitten. Ook is dan het onderhoud voor jezelf en je hond een stuk makkelijker en loop je niet het risico dat je hond heel kort geschoren moet worden, doordat de vacht is gaan vilten.

Ik wil meer weten over het karakter!